Geschiedenis van het Maldegemveld 1 februari 2026
Op deze rustige, milde en grijze zondagmorgen troont Lia, gids van dienst, een 12-koppig groepje geïnteresseerden mee, op stap door Maldegemveld en Drongengoedbos. Als inleiding krijgen we een rudimentair lesje geologie. Dit om de bijzondere bodemkundige omstandigheden van de Meetjeslandse cuesta te verklaren. Onderweg in het natuurgebied Maldegemveld volgt de uitleg over ontstaan van de veldgebieden door bosdegradatie. Over de toenemende impact van de mens op het bos: van de Romeinse tijden, bosherstel in de Vroege Middeleeuwen, tot de zware impact vanaf de latere eeuwen welke leidde tot het ontstaan van de uitgebreide wastine of boomheide die nog uitdrukkelijk aanwezig was in 1777 bij het samenstellen van de Ferrariskaart. Op onontgonnen gebied gold het wildernisregaal waarbij de Graaf van Vlaanderen – en in ons geval ook de machtige Heer van Maldegem - het eigendomsrecht bezat. Omwonenden konden genieten van het gebruikersrecht en de soms zeer rekbare interpretatie ervan, denk aan stroperij en illegale houtkap. Hiermee kwam men wel eens in de clinch met ontginnende eigenaars of pachters. Dit was zeker het geval toen Gravin Johanna van Constantinopel in de 13de eeuw gronden schonk, dan wel vercijnsde, aan drie belangrijke abdijen waaronder die van Drongen, ter ontginning van de onvruchtbare gronden en aldus tegemoet te komen aan de noden van de enorme bevolkingsgroei in de opkomende steden. Op de wandeling worden enkele vroegere gebruiksvormen in het Maldegemveld besproken: Begrazing met onder andere schapen werd gekoppeld aan wolproductie voor de lakennijverheid, maar kwam vooral van pas omwille van de kostbare mest afkomstig van de dieren, al was het systeem van de potstal hier niet gebruikelijk. Het afsteken van plaggen, verkeerdelijk voorgesteld als turfwinning, diende voor brandstof. Het snijden van berkenrijs – maar ook van brem en heide – voor het vervaardigen van bezems gaf het ontstaan aan de legende van de “Kleitse bezembinders”. Een andere legende, die van “meneerke van Maldegem”, refereert dan weer naar struikrovers die zich schuilhielden in deze onherbergzame regio. Het tweede deel van de wandeling gaat door het Drongengoedbos. Hier komen vroegere bosbeheervormen en viskweek aan bod. We staan ook even stil bij de tijdlijn waarin de verschillende boomsoorten zich in onze streken vestigden sedert de laatste ijstijd. In het verhaal van de 18de eeuwse ontginningen en abt De Stoop belanden we vóór de gevel van de huidige Drongengoedhoeve uit 1746. Verderop keren we weer verder terug in de tijd bij de site van de eerste 13de eeuwse hoeve. We beëindigen tenslotte ons verhaal, bij een zacht regenbuitje, met de recentere geschiedenis van het vliegveld en van de “corridor”, waarna middaguur en startpunt wenken.
IMG20260201090227.jpg
IMG20260201091433.jpg
IMG20260201093159.jpg
IMG20260201094417.jpg
IMG20260201094432.jpg
IMG20260201095649.jpg
IMG20260201100751.jpg
IMG20260201103828.jpg
IMG20260201114035.jpg