Afvoeren maaisel 26 december 2020

Zaterdag 26 december gingen opnieuw enkele vrijwilligers aan de slag in Maldegemveld. Door de omstandigheden nog steeds opgesplitst in kleine groepjes, maar daarom niet minder noodzakelijk.
Enerzijds werd een stuk gemaaide heide samen geharkt en afgevoerd. Deze ingreep zorgt opnieuw voor open plekken en het afvoeren verschraalt dit stuk grond opnieuw.
De open plekken zijn cruciaal voor vele insectensoorten zoals groene zandloopkever en het groentje. Maar ook de nachtzwaluw weet deze variatie te waarderen om er te foerageren, maar ook als nestplaats.
Op een andere locatie werden een aantal rasters geplaatst om stekelbrem alle kansen te geven. Stekelbrem is een doelsoort in het Maldegemveld en als indicatorsoort voor droge heide en heischrale graslanden een teken dat percelen zich in de goede richting ontwikkelen.
Deze dwergstruik was vroeger zeer algemeen maar door de vermesting in Vlaanderen komt de soort nagenoeg alleen nog op arme heidegronden voor. Sinds de herinrichtingswerken zien we deze onopvallende soort op meerdere plaatsen terug ontkiemen en monitoren we hoe we deze restpopulaties zich op natuurlijke wijze verder kunnen laten verspreiden.
Er werden ook twee infoborden geplaatst op de plaats waar recent kapwerken zijn gebeurd langs het wandelpad tussen knooppunt 22 en 21. Je vindt er nu meer info over de uitgevoerde kapwerken. Deze werken zijn de aanzet tot een geleidelijke bosovergang van heide naar bos via een mantel en zoom. De mantel is een mengeling van jonge bomen en struiken. De zoom heeft een kruidige vegetatie. Deze overgang neemt dan ook heel wat meters in beslag. Deze geleidelijke overgang bevat typisch veel bloeiende plantensoorten. Het biedt bovendien ook de nodige beschutting en zal het lorkenbos, waar je nu dwars door kijkt afsluiten voor de wind.
Het hout van de gezaagde bomen wordt lokaal verzaagd om het komende jaar reeblocks mee te maken, zodat ook onze nieuw aangeplante bossen in de omgeving een kans krijgen om zonder vraat van ree en damhert uit te groeien tot eeuwige bossen.
De takken werden verzameld op enkele zo groot mogelijke hopen in het bos of op de heide. Deze takkenhopen zijn ideale schuil-, nest- of overwinteringsplaatsen voor kleine zoogdieren, kikkers, salamanders en vogels op voorwaarde dat er voldoende toegangen en holtes aanwezig zijn. Indien ze overgroeid worden door bramen worden dit braamstruwelen, een voedselbron voor vele dieren, insecten en vlinders.